WNT-maximum van de organisatie

Home > Kennisbank WNT > WNT in hoofdlijnen > WNT-maximum van de organisatie

Algemeen bezoldigingsmaximum

De wet kent een algemeen bezoldigingsmaximum, dat is afgeleid van het ministerssalaris. Het bezoldigingsmaximum geldt voor een fulltime functie op jaarbasis.

Als de instelling niet onder een sectorregeling valt, dan geldt het algemene bezoldigingsmaximum van € 209.000 (2021).

Sectorregelingen

Voor de grote sectoren zijn er klassenindelingen met het algemeen bezoldigingsmaximum als plafond. Het voor de organisatie toe te passen bezoldigingsmaximum wordt vastgesteld aan de hand van de betreffende ministeriële regeling voor het jaar.

Indeling in klassen, I t/m V. De klasse wordt bepaald aan de hand van een puntenscore op basis van soort instelling, aantal taken (opleidingen), aantal financieringsbronnen en omzet. De regeling geldt voor de instellingen die in bijlage 1 bij de WNT zijn opgenomen. Andere zorginstellingen vallen niet onder de WNT of worden aangemerkt als gesubsidieerde instelling waarop het algemeen bezoldigingsmaximum van toepassing is. Dat geldt bijvoorbeeld voor instellingen met uitsluitend uitsluitend thuiszorg-activiteiten (WMO) en onderaannemers.

Onderwijsinstellingen worden ingedeeld in een klasse (A t/m G). De klasse wordt bepaald aan de hand van een puntenscore op basis van de totale baten, het aantal leerlingen en het aantal onderwijssoorten. Voor cultuurfondsen gelden vaste bedragen.

Indeling in klassen, A t/m H. De klasse wordt bepaald op basis van het aantal verhuureenheden en het aantal inwoners van de grootste gemeente in het werkgebied.

Er zijn drie bezoldigingsmaxima vastgesteld, die hoger liggen dan het algemeen bezoldigingsmaximum. Het toe te passen maximum wordt bepaald door het aantal verzekerden. Het vastgestelde bezoldigingsmaximum is exclusief de beloningen betaalbaar op termijn (pensioenpremies).

Voor deze instellingen geldt een vast maximum.

Bovenstaande links per sector verwijzen naar de actuele sectorregeling (2021). De complete regelgeving vanaf 2013 is hier per jaar gemakkelijk te vinden via topinkomens.nl. Er is ook een overzicht van alle bezoldigingsmaxima per jaar opgenomen.

Aandachtspunten bij het bepalen van de klassenindeling

In het algemeen is het vaststellen van de klasse vrij eenvoudig, omdat objectieve criteria worden gehanteerd.

In sommige situaties blijkt het lastiger te zijn, bijvoorbeeld bij een mix van activiteiten binnen een rechtspersoon, personele unies en/of in concernverbanden. Gezien de complexiteit is er dan een risico dat de indeling achteraf als onjuist wordt beoordeeld. Vanwege de mogelijke financiële gevolgen verdient het de voorkeur om de keuzes en de motivering goed vast te leggen en tijdig af te stemmen met de controlerend accountant.

Verdere aandachtspunten :

    • De klasse moet jaarlijks opnieuw worden vastgesteld aan de hand van de actuele gegevens. Als dat leidt tot een lagere klasse kan er soms overgangsrecht worden toegepast.

    • De klassenindeling wordt als regel per rechtspersoon bepaald. In de zorgsector en bij zorgverzekeraars mag bij het bepalen van de score van WNT-instellingen die organisatorisch verbonden zijn worden uitgegaan van de gegevens van de verbonden WNT-instellingen.

    • De bezoldigingsmaxima van de sectorregelingen worden jaarlijks geïndexeerd, publicatie rond 1 december. Soms worden tegelijkertijd kleine aanpassingen of nadere instructies voor het bepalen van de klassenindeling gepubliceerd.

    • In de sectoren zorg en jeugdhulp stelt de raad van toezicht de klasse vast. De raad van toezicht legt de onderbouwing van de totaalscore die volgt uit de toepassing van de regeling en de daaruit volgende klassenindeling, schriftelijk vast. In andere sectoren gelden verder geen vormvereisten, het bestuur kan de klasse vaststellen aan de hand van de criteria en dit schriftelijk onderbouwen.

    • De vastgestelde klasse en het bijbehorende bezoldigingsmaximum (en voor de zorgsector de totaalscore) moeten ook worden opgenomen in de WNT-verantwoording in de jaarrekening.